*  Historie  *  Downloads  *  Forum  *  Register  *  Links  *

Historie
 

Hope Star ON 360         LJ-reeks        Suzuki 4x4


De eerste 4x4 die Suzuki bouwde had zijn oorsprong met een andere kleine Japanse 'vrachtwagen' van de Hope Motor Company. De HopeStar ON360. Deze werd ontwikkeld in 1965 als fundamentele, betrouwbare 4x4. Hij deed dienst zonder dergelijke franjes zoals deuren en dak, en vergde niets meer dan hammock zetels. Hij werd aangedreven door een 21pk 360cc luchtgekoelde Mitsubishi 2-takt motor. Toch kwam het bedrijf in moeilijkheden na het verkopen van slechts een handvol (15 suks) van deze 'vrachtwagens'. Suzuki kocht de productierechten voor de ON360 in 1968. 

Trachtend een goed voertuig nog beter te maken, gebruikte Suzukide HopeStar als basis voor hun Jimny 360, anders gekend als LJ10 of Bruut IV. Het vervangen van de motor met één van het eigen ontwerp van Suzuki was enkel één van vele wijzigingen, die een restyled maar onmiddellijk herkenbare carrosserie omvatten. Men moest het om belastingtechnische redenen binnen de mini-autoklasse van Japan houden. Om de totale lengte binnen 3 meter te houden, kon het reservewiel niet op de traditionele plaats aan de laadklep, maar naast de achterzetel van de passagier worden geplaatst.  Dit maakte de LJ10 een drie-passagier voertuig. In 1970, na twee jaar van ontwikkeling, werd de eerste in massa geproduceerde 4x4 in de mini-autoklasse van Japan geintroduceerd. 

Hoewel niet officieel door Suzuki verkocht in de Verenigde Staten, werden enkelen van deze lj-Reeksen van Suzuki in het begin van 1971 verkocht door importeurs in Californië, Nevada, en Arizona. Terwijl de luchtgekoelde, 25pk, 359cc, 2-takt, twee cilindermotor perfect was voor zijn voorgenomen Japanse markt, vooral door het te verwaarlozen gewicht van 1300lb, was hij zeer underpowered voor Amerikaanse kopers, die hard moesten werken om zijn zuivere hoogste snelheid van 72 km/h te bereiken. 

In 1972 werd de LJ20 - een mild bijgewerkte versie van LJ10 - vrijgegeven met veranderingen zoals de waterkoeling voor 359cc de motor, 32pk ipv 25 PK, en een top snelheid van 75 km/h. Waarschijnlijk was de grootste verbetering voor de weinige Amerikanen die de LJ20 bemachtigden de linkse besturing. In 1973, vond een minder belangrijke update plaats, nl. een omschakeling van horizontale naar verticale spijlen in de grill, en een vervanging van de knipperlichten, elke hoek 2 lichten boven elkaar. 

1974 bracht de LJ50 (Jimny 550, SJ10), een andere stijgende verbetering in de LJ- lineup. Met de veranderingen in de Japanse automobiele klassenspecificaties, kon Suzuki de grootte van de motor verhogen door een derde cilinder toe te voegen. Een nieuwe water gekoelde 539cc 2-takt motor leverde een vermogen van 33pk, bij wat minder toeren. De hoge toeren van de LJ10 en LJ20 leverde één van de grootste klachten over de LJ reeks bij markten buiten Japan. Niettemin nog underpowered voor Amerikaanse normen, kon de LJ50 ondanks een 100lb gewichts toename toch 96km/h bereiken. Door de toename van de motorgrootte, liet de klassedictatuur in Japan het toe om het reservewiel aan de achterdeur van de LJ50 te monteren. De ruimte die vrij kwam maakte plaats voor een vierde zetel. 

Naast de LJ50 werd in 1977 de laatste, krachtigste, en beste van de LJ- reeks gebouwd, de 1700lb zware Suzuki LJ80 (SJ20). Het schepte de grootste verbeteringen in de loop van de levensduur van de reeksen op, en werd ontworpen met de bedoeling van de uitvoer wereldwijd. De geruchten van de grotere motor voor de LJ werden jarenlang constant ontkend door Suzuki, die hun ontwikkeling van de nagelnieuwe motor geheim wilde houden. Als eerste viertaktmotor van Suzuki, onderging het jaren van het testen en ontwikkeling alvorens zijn ingenieurs tevreden waren. De nieuwe 797cc vier cilinder SOHC leverde 41pk en een veel hoger koppel, betere brandstofefficiency, en veel schonere emissies dan zijn voorgangers. 

Grote pluspunten waren het grotere vermogen, de hogere differentieel verhoudingen voor meer ontspannen weg cruising, het verstevigde chassis, een betere wegbeheersing door verplaatste achterschokbrekers en het verbreden van de voor en achterassen met ongeveer 4 inch. Ook kreeg de LJ80 verbeterde zetels en een nieuw stuur. Ook de topsnelhied ging omhoog van 100 km/h naar 130km/h .De brandstoftank werd vergroot van 26 naar 40 liter, en de LJ80 kreeg extra waarschuwingslichten voor remslijtage. Aan de buitenzijde kreeg de LJ80 kunststof wielkastverbreders mee, een hogere motorkap met nieuwe luchtdoorstromingen op zijn voorrand, en een achterbumper met achterlichten integraal in de carrosserie. In 1979 werd een kleine update gegeven aan LJ80, de koplampen werden iets wijder uit elkaar gezet en moesten iets zakken. Metalen deuren werden ook voor het eerst aangeboden. Naast de metaltop en convertibel top kwam er nog een model bij, de LJ81. Een Pick-up versie met een langere wielbasis. De LJ reeks was tot 1983 in productie.